Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed
Boerhoorn
Boerhoorn
Eén van de volmachten was ook de boerhoorn, deze boer was de hoornboer. Een belangrijk communicatiemiddel in die tijd. De houder van de boerhoorn was ook vaak de boer waar de dekstier stond, de bolboer.
Deze volmacht droeg dus vaak twee eretitels: hoornboer en bolboer. De hoornboer riep door boerhoorn geschal de boeren bij elkaar voor de boermarke vergadering. Ook werd de boerhoorn gebruikt om mensen op te roepen bij brand, andere calamiteiten en bij de oogst.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

De boerhoorn maakte deel uit van de boermarken, lokale samenwerkingsverbanden waarin boeren eeuwenlang gezamenlijk verantwoordelijk waren voor het beheer van gemeenschappelijke gronden, zoals heidevelden, wegen en watergangen.
Binnen deze gemeenschap vervulde de boerhoorn een belangrijke praktische functie. Met het geluid van de hoorn werden inwoners opgeroepen voor overleg of om gezamenlijk werkzaamheden uit te voeren. In een tijd zonder moderne communicatiemiddelen was dit een effectieve manier om snel een grote groep mensen te bereiken.
Het lidmaatschap van een boermarke bracht niet alleen gebruiksrechten met zich mee, maar ook verplichtingen. Wanneer onderhoud nodig was aan bijvoorbeeld wegen, sloten of watergangen, klonk de boerhoorn als oproep om samen aan het werk te gaan.
Uit onderzoek blijkt dat er in een dorp soms wel drie soorten hoorns waren. De boerhoorn, de hoorn van de scheper om de schapen op te halen als ze naar de veldgronden moesten om te grazen en de bakker als deze het brood had gebakken. De mensen kenden het verschil in geluid van deze hoorns. Een praktisch communicatiemiddel.